Trendindicatoren Vlaamse arbeidsmarkt: stand van zaken
Het dashboard Trendindicatoren Vlaamse arbeidsmarkt werd in maart 2026 bijgewerkt met de recentst beschikbare cijfers op het vlak van werkzaamheid, werkloosheid, tewerkstelling en vacatures.
Wat leert deze update ons over de staat van de Vlaamse arbeidsmarkt?
Vooreerst dat Vlaanderen 2025 afsloot met een historisch hoge werkzaamheidsgraad. Tegelijkertijd blijft de werkloosheidsgraad en het aantal werkzoekenden zonder werk wel oplopen, terwijl het aantal openstaande vacatures verder afneemt. De arbeidsmarkt wordt dus minder gespannen, al blijft de krapte historisch gezien nog relatief hoog en boven het niveau van laagconjunctuurperiodes.
Werkzaamheid en werkloosheid
Werkzaamheidsgraad
- De Vlaamse werkzaamheidsgraad sluit 2025 af op 77,3%. Dit is het hoogste niveau waarop ooit werd afgesloten en ook 0,5 procentpunt (ppt) hoger dan een jaar geleden. In vergelijking met het voorgaande kwartaal zien we wel een lichte terugval van 0,3 ppt.
- In het afgelopen jaar groeide de werkzaamheidsgraad het sterkst bij de 55-plussers van 62,4% tot 65,6% (+3,2 ppt). Ook bij personen met een migratieachtergrond was er een duidelijke toename met +1,1 ppt tot 65,4%. De werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap nam ook toe tot 52,2% (+2,4 ppt). Voor deze groepen blijft de werkzaamheidskloof echter nog steeds groot.
Werkloosheidsgraad
- 2025 strandt op een werkloosheidsgraad van 4,3%, dit is 0,5 ppt hoger dan een jaar eerder en 1,0 ppt hoger dan twee jaar eerder.
- Enkel bij 15- tot 24-jarigen is er een daling met 1,0 ppt tot 13,5%.
- De sterkste stijging is er bij de kortgeschoolden (+2,4 ppt) en personen met een migratieachtergrond (+2,3 ppt) tot respectievelijk 7,7% en 10,7%.
Werkzoekenden zonder werk (wzw)
- De trendindex toont een verdere toename van het aantal werkzoekenden zonder werk en stijgt tot 103,4. Dit is het hoogste niveau sinds midden 2018.
- Ook in december 2025 en januari 2026 bleef de groei op jaarbasis rond +7% liggen. Februari 2026 toont echter wel een duidelijke afzwakking van deze groei tot +3,1%.
- Over de afgelopen maanden was de groei het sterkst bij personen die langer dan 2 jaar werkloos zijn (+11,4%) en hoogopgeleiden (+9,2%). De groei bij 60-plussers (+2,7%) en kortgeschoolden (+3,3%) is dan weer beperkter.
- Op kwartaalbasis zien we echter wel reeds een duidelijke terugval bij de personen die langer dan 2 jaar werkloos zijn. Deze groep neemt af met 5,8%. De grootste afname op kwartaalbasis in meer dan 15 jaar.
- Ook op vlak van uitstroom naar werk wordt dezelfde evolutie voortgezet: het uitstroompercentage lag in de afgelopen 3 maanden gemiddeld 0,3 ppt lager dan een jaar eerder.
Tijdelijke werkloosheid en uitzendarbeid
- Uitzendarbeid neemt verder af, de Federgon-index ligt op zijn laagste niveau sinds 2013.
- Tijdelijke werkloosheid blijft echter wel op een relatief laag niveau.
Tewerkstelling
- De Vlaamse loontrekkende tewerkstelling ligt in het derde kwartaal van 2025 net iets lager dan een jaar eerder (-0,1%). Uitgedrukt in VTE is er echter wel een toename van 0,3%.
Vacatures & krapte
- De vacaturemarkt koelt verder af, met een verdere terugloop van het aantal ontvangen vacatures. Zo werden er in februari 2026 19.830 vacatures ontvangen, 15,5% minder dan een jaar eerder.
- Dit brengt het indexniveau van de ontvangen vacatures tot 129,7, het laagste niveau sinds februari 2018.
- Ook het aantal openstaande vacatures loopt verder terug. In februari 2026 werd zelfs een negatieve jaargroei van 25,7% opgetekend ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Wat de trendindex van het aantal openstaande vacatures doet dalen tot 146,5. Dit is echter nog steeds meer dan tien punten hoger dan het gemiddelde niveau in 2019 (135,2), een periode van hoogconjunctuur.
- Dit vertaalt zich in een minder gespannen arbeidsmarkt: in februari 2026 bedroeg het gemiddeld aantal werkzoekenden zonder werk over de voorbije 12 maanden 180.000, tegenover 53.000 openstaande vacatures. De spanningsratio komt daarmee uit op 3,4, wat historisch gezien nog steeds erg laag is en boven het niveau van laagconjunctuurperiodes ligt.