Ga verder naar de inhoud

Arbeidsmarktprojecties

In regeerakkoorden, beleidsverklaringen en het politieke discours in het algemeen wordt veel belang gehecht aan het verhogen van de werkzaamheidsgraad, het aandeel werkenden in de bevolking op arbeidsleeftijd. Zowel de Vlaamse als de federale regering sprak de ambitie uit om tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van 80% te realiseren. Voldoende mensen aan het werk krijgen en houden, is om meerdere redenen en vanuit verschillende perspectieven een cruciale doelstelling: voor onze samenleving als geheel, voor onze organisaties en voor onze burgers. Vanuit het oogpunt van de samenleving zijn een gezonde economie en performante arbeidsmarkt essentieel om ons welvaartsmodel, met sterk uitgebouwde sociale zekerheidsstelsels, te blijven financieren. Voor onze organisaties is een goed werkende arbeidsmarkt van vitaal belang, want enkel met voldoende en voldoende gekwalificeerd en inzetbaar personeel kunnen zij hun activiteiten voortzetten en duurzaam verder ontwikkelen. Ook omwille van de emanciperende en zingevende kracht van werk hechten we als Steunpunt Werk belang aan een maatschappij waarin iedereen die dit wil, ook personen uit kwetsbare groepen, volwaardig aan het arbeidsleven kan participeren. Samen met andere statistiekinstellingen volgt het Steunpunt Werk de evolutie van de werkzaamheidsgraad daarom op de voet op. Daarnaast heeft het Steunpunt Werk een traditie opgebouwd in het ontwikkelen van arbeidsmarktprojecties op middellange termijn met de werkzaamheidsgraad als centrale indicator. Deze projecties leveren een indicatie op van hoe realistisch en haalbaar de geformuleerde beleidsdoelen op het vlak van werkzaamheid zijn.

Sarah Vansteenkiste

Het arbeidsmarktprojectiemodel van het Steunpunt Werk

Zicht krijgen op hoe de werkzaamheidsgraad in de toekomst kan evolueren, is belangrijk om de haalbaarheid van beleidsdoelstellingen tussentijds te evalueren en bij te sturen waar nodig. Komt de projectie (fors) onder de target uit, dan kan dit als een signaal gezien worden dat er extra beleidsimpulsen nodig zijn om de arbeidsdeelname te ondersteunen (bij wie werkt) en te stimuleren (bij wie dit nog niet of niet meer doet). Op projecties kunnen we ook groeipaden baseren richting een beoogde werkzaamheidsgraad in een doeljaar.

Het arbeidsmarktprojectiemodel van het Steunpunt Werk raamt de toekomstige evolutie van de werkzaamheidsgraad op middellange termijn (tot en met 2034), op basis van historische tijdreeksen (die maximaal 10 jaar teruggaan) en een reeks scenario’s. Een scenario is een set van assumpties over de toekomst, die we in de projectie doorrekenen. De scenario’s Demografie en BAU (Business as usual) fungeren als baseline-scenario’s. Daartegenover plaatsen we het IMPACT-scenario, waarin we onder andere de (geraamde) impact van geïmplementeerd beleid (eindeloopbaanmaatregelen van de federale regeringen Di Rupo en Michel I op vlak van (vervroegd) pensioen, brugpensioen en het systeem van terbeschikkingstelling) en conjunctuurvooruitzichten in rekening brengen. Dit IMPACT-scenario is het meest uitgewerkte scenario.

Een essentiële bron voor de arbeidsmarktprojecties zijn de bevolkingsvooruitzichten die het Federaal Planbureau jaarlijks in samenwerking met Statbel publiceert, op basis van een extra jaar waarnemingen en een uitgebreide set van assumpties over toekomstige geboorte-, sterfte- en migratiecijfers. De bevolking op arbeidsleeftijd, het aantal personen tussen 20 en 64 jaar, vormt de noemer van de werkzaamheidsgraad. Het cijfer drukt uit hoe groot het potentiële aanbod van beroepsactieve personen (werkenden of werklozen) is in een bepaald jaar in een bepaalde regio. Aangezien we in de projecties een cohortcomponentenmethode toepassen op vijfjarige leeftijdsgroepen naar geslacht, nemen we uit de demografische vooruitzichten niet enkel de globale evolutie van de bevolking op arbeidsleeftijd mee, maar ook de geraamde wijzigingen in de omvang van deze specifieke cohortes.

Arbeidsmarktprojecties: focus op werkzaamheid en vervangingsvraag

In het dashboard Arbeidsmarktprojecties kan je de recentste resultaten van onze jaarlijkse arbeidsmarktprojecties raadplegen. Je vindt er niet enkel projecties van werkzaamheidsgraden, maar ook van verwante indicatoren zoals activiteits- en werkloosheidsgraden en van de overeenstemmende aantallen. Daarnaast wijden we een apart tabblad aan de vervangingsvraag 55+.

In onze recentste projectie (november 2025) resulteert de toepassing van het IMPACT-scenario in een werkzaamheidsgraad van 78,1% in 2030 (Vlaams Gewest, 20 tot 64 jaar). Dit komt overeen met een geprojecteerd aantal van 3 054 300 werkende Vlamingen in 2030. De IMPACT-projectie voor 2030 komt 1,9 procentpunt lager uit dan de Vlaamse werkzaamheidsdoelstelling voor 2030 van 80%. Uitgedrukt in aantallen komt dit neer op een tekort van 73 700 werkenden in 2030.

Hoe kunnen we deze kloof dichten? Hier kan zowel het recente beleid dat al werd ingezet als nieuw beleid het verschil maken. Het IMPACT-scenario rekent immers geen recent of nieuw beleid in, bij gebrek aan beleidsdoorrekeningen die integreerbaar zijn binnen het methodologisch kader van dit projectiemodel. Aangezien de IMPACT-projectie uitgaat van een lage werkloosheidsgraad in 2030 (omwille van de toegepaste gunstige werkloosheidsvooruitzichten), is het belangrijk dat dit beleid zich (verder) op de volledige arbeidsreserve richt, met bijzondere aandacht voor de grote groepen Vlamingen die momenteel om diverse redenen niet-beroepsactief zijn (zie onze recentste cijfers over de arbeidsreserve).

Ten opzichte van de werkzaamheidsgraad in het laatste historische jaar (76,9% in 2024) projecteren we voor 2030 een eerder bescheiden stijging van +1,3 procentpunt. Het arbeidsmarktprojectiemodel levert doorgaans eerder conservatieve ramingen op. We beschouwen het projectieresultaat niet als een voorspelling die zou stellen dat we met (een bepaalde mate van) zekerheid op 78,1% zouden uitkomen. Door het middelen van graden worden de recente, redelijk forse jaar-op-jaarstijgingen in beroepsactiviteit enigszins uitgevlakt, en dus niet lineair doorgetrokken in de projectieperiode. Anderzijds zijn er door o.a. externe schokken ook periodes waarin de beroepsactiviteit een dip kent. Ons conservatiever model zoekt een middenweg tussen deze extremen. Bovendien moet het projectieresultaat zoals gezegd geïnterpreteerd worden als de geraamde evolutie zonder bijkomend beleid. Er is dus nog marge om in 2030 hoger te eindigen dan 78,1%.

Een belangrijke afgeleide indicator uit het arbeidsmarktprojectiemodel is de vervangingsvraag 55+. De vervangingsvraag 55+ geeft de netto-uitstroom van 55-plussers uit de werkende bevolking weer in een bepaalde periode. De omvang van deze groep (definitieve) uitstromers uit de arbeidsmarkt is een van de cruciale elementen in de evolutie van het arbeidsaanbod. Om het totaal aantal werkenden op peil te houden, moeten 55-plussers die uit de arbeidsmarkt treden, vervangen worden door nieuwe werkenden.

De vervangingsvraag 55+ biedt een indicatie van het aantal arbeidsplaatsen dat bij een niet-dalend werkgelegenheidsniveau opnieuw ingevuld moet worden doordat oudere generaties de arbeidsmarkt definitief verlaten. Het grootste deel treedt uit via al dan niet voortijdige pensionering, maar het kan ook gaan om uitstroom van werk naar werkloosheid of naar een andere vorm van inactiviteit dan pensionering (bv. invaliditeit). Ook overlijdens en immigratie spelen een (beperkte) rol. De vervangingsvraag 55+ is een functie van de vergrijzing van bevolking op arbeidsleeftijd en de evolutie van de arbeidsdeelname in deze leeftijdsgroep.

De uittrede van 55-plussers uit de werkende bevolking creëert jobopportuniteiten voor andere personen op arbeidsleeftijd, in de vorm van vervangingsvacatures. Traditioneel werd bij de invulling van deze vervangingsvacatures in de eerste plaats gedacht aan de jongere generaties die de arbeidsmarkt voor het eerst betreden, een proces dat wordt aangeduid als de demografische wisselof de generationele vernieuwing’. Voor de vervanging van uitgetreden 55-plussers kunnen we echter niet enkel terecht bij de nog niet werkenden, maar ook bij de groepen die we als Steunpunt Werk tot de arbeidsreserve rekenen: de werklozen en de niet-beroepsactieven met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt.

Op het tweede tabblad van het dashboard vind je de historische en geprojecteerde vervangingsvraag 55+ terug, uitgedrukt in aantallen en procentueel, als aandeel van de totale werkende bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar). Tussen 2019 en 2024 bedroeg de vervangingsvraag 308 000 personen (gemiddeld 61 600 per jaar). Volgens onze recentste projectie (november
2025, IMPACT-scenario) zal dit aantal gevoelig stijgen: tussen 2024 en 2029 projecteren we een netto-uitstroom van 391 400 55-plussers (78 300 per jaar). Tussen 2024 en 2029 zal zo maar liefst 13,1% van de werkende bevolking (20-64 jaar) definitief uit de arbeidsmarkt treden.