Ga verder naar de inhoud

Monitoring vraagzijde

De werkpakketten van het Steunpunt Werk bestaan uit twee grote onderdelen: de monitoring van de Vlaamse arbeidsmarkt en het opstellen van competentieprognoses voor Vlaanderen. Op deze pagina richten we ons op de monitoring van de vraagzijde van de Vlaamse arbeidsmarkt. Wanneer we spreken over de vraagzijde van de arbeidsmarkt, nemen we het perspectief van de werkgever in en de (type) tewerkstelling die zij vragen. Dit staat in contrast met de aanbodzijde van de arbeidsmarkt, waar het perspectief van het individu centraal staat dat zich (al dan niet) aanbiedt op de arbeidsmarkt. Beide perspectieven zijn onlosmakelijk verbonden: een goed begrip van de arbeidsmarkt vereist inzicht in wie er werkt of wil werken, in wat er gevraagd wordt en door wie, én in de matching tussen beide.

Met deze monitoring van de vraagzijde van de arbeidsmarkt trachten we een antwoord te bieden op vragen als: Hoeveel jobs en vestigingen telt Vlaanderen, en hoe zijn die verdeeld over regio's en sectoren? Hoe zien die jobs eruit: gaat het om voltijdse of deeltijdse arbeid, om vaste of tijdelijke contracten? In welke beroepen wordt er gewerkt, en hoe evolueert dat? Hoe presteren specifieke sectoren en paritaire comités op de arbeidsmarkt? Zijn er veel vacatures, en in welke domeinen is de krapte het grootst? En in welke mate investeren werkgevers in de opleiding van hun medewerkers?

Om deze vragen te beantwoorden, bieden we zes inhoudelijke domeinen aan, die we elk op een afzonderlijke pagina toelichten.

Sarah Vansteenkiste

Bij jobs en vestigingen brengen we het aantal en de spreiding van jobs en werkgevers in kaart. De analyses rond jobs en vestigingen hebben we samengenomen omdat ze van dezelfde bron vertrekken. Bij de gedecentraliseerde statistieken van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) wordt aan de werkgever gevraagd om te rapporteren over de tewerkstelling tot op het niveau van de lokale vestigingseenheid. Dit laat ons toe om te tellen hoeveel jobs er binnen die vestigingen zijn. Zo produceren we zowel gedetailleerde statistieken over het aantal vestigingen als over het aantal jobs binnen die vestigingen.

Op de pagina van de jobkenmerken gaan we vervolgens dieper in op de jobstatistieken. We kunnen deze enerzijds in een Europees perspectief en anderzijds in een lokaal perspectief plaatsen. Op basis van enquêtegegevens kunnen we nagaan welke arbeidsregimes, flexibele arbeidsvormen, contracttypes en jobkwalificatieniveaus typerend zijn voor Vlaanderen vergeleken met de andere EU-landen. Binnen de Vlaamse Arbeidsrekening krijgen we dan weer tot op het niveau van de gemeenten informatie over het aantal jobs per sector, arbeidsregime, geslacht en leeftijd.

Via de beroepenmonitor volgen we op het niveau van het Vlaams Gewest of België de evolutie van het aantal werkenden in de verschillende beroepen op. Aan de hand van een internationale beroepenclassificatie kunnen de beroepen op verschillende niveaus ingedeeld worden, gaande van drie jobkwalificatieniveaus: laaggekwalificeerde, middengekwalificeerde en hooggekwalificeerde jobs, tot meer dan 110 beroepsklassen in het laagste detailniveau. We hebben in het kader van onze competentieprognoses voor Vlaanderen ook beroepenprojecties ontwikkeld. Projecties van de toekomstige beroepenstructuur zijn relevant omdat ze toelaten om mogelijke mismatches op de arbeidsmarkt tijdig te detecteren.

Daarnaast kunnen we de tewerkstelling opsplitsen naar verschillende sectoren en paritaire comités. Daarvoor hanteren we twee verschillende sectorale afbakeningen, enerzijds de NACE-indeling die de economische activiteit vat volgens een uniforme classificatie van de Europese Unie en anderzijds de paritaire comités die voor het sociaal overleg gecreëerd zijn.

De vacatures vormen de tegenhanger van het aantal jobs in de zin dat het gaat om een arbeidsvraag die nog niet is ingevuld. Met onze cijfers en analyses gaan we na hoe het aantal ontvangen en openstaande vacatures evolueert. Op basis van het geschatte aantal vacatures en jobs kan ook een vacaturegraad berekend worden.

Tot slot schenken we aandacht aan de opleidingsinspanningen van werkgevers, als aanvullend venster op hoe organisaties investeren in de competenties en leerkansen van hun werknemers.