Ga verder naar de inhoud

Monitoring aanbodzijde

De werkpakketten van het Steunpunt Werk bestaan uit twee grote onderdelen: de monitoring van de Vlaamse arbeidsmarkt en het opstellen van competentieprognoses voor Vlaanderen. Op deze pagina richten we ons op de monitoring van de aanbodzijde van de Vlaamse arbeidsmarkt. Wanneer we spreken over de aanbodzijde van de arbeidsmarkt, staat het perspectief van het individu centraal, dat zich (al dan niet) aanbiedt op de arbeidsmarkt. We kijken daarbij zowel naar wie werkt, als naar wie werk zoekt en wie (voorlopig) niet actief is op de arbeidsmarkt. Dit staat in contrast met de vraagzijde van de arbeidsmarkt, waar het perspectief van de werkgever en de (type) tewerkstelling die zij vragen de focus is. Beide perspectieven zijn onlosmakelijk verbonden: een goed begrip van de arbeidsmarkt vereist inzicht in zowel wie er werkt of wil werken, als in wat er gevraagd wordt en door wie als in de matching van beide.

Met deze monitoring van de aanbodzijde van de arbeidsmarkt trachten we een antwoord te bieden op vragen als: Hoeveel mensen werken er in Vlaanderen of zouden er potentieel kunnen werken? Wie is er niet actief op de arbeidsmarkt, en om welke redenen en in welke statuten? Welke groepen bevinden zich in een kwetsbare positie en wat is hun afstand tot de arbeidsmarkt? Hoe mobiel zijn mensen op de arbeidsmarkt — hoe lang blijven ze in eenzelfde job of hoe vaak wisselen ze van job, in welke mate vinden mensen die buiten de arbeidsmarkt staan (terug) aansluiting met werk? En in welke mate nemen mensen deel aan opleiding en vorming om onder meer hun inzetbaarheid te versterken?

Om deze en meer vragen te beantwoorden, bieden we 5 inhoudelijke domeinen aan, die we elk op een afzonderlijke pagina toelichten.


Sarah Vansteenkiste

De arbeidsmarktpositie van een persoon is een essentieel kenmerk binnen de monitoring van de arbeidsmarkt. Het definieert hoe actief iemand is op de arbeidsmarkt en vormt hiermee de ruggengraat van heel wat beleidsdoelstellingen. We onderscheiden hier werkenden, werklozen en niet-beroepsactieven.

Bij arbeidsreserve gaan we een stap verder en brengen we de bevolking op arbeidsleeftijd in kaart met aandacht voor hun afstand tot de arbeidsmarkt en potentieel om (opnieuw) aan de slag te gaan. We hanteren binnen het Steunpunt Werk de benadering van een inclusieve arbeidsmarkt, waarbij elk talent telt. We gebruiken daarbij de insteek dat kwaliteitsvol werk mensen kan emanciperen en hen een doel en identiteit geeft. Deze positieve benadering van werk wordt ondersteund door veelvuldig wetenschappelijk onderzoek. Daarom leggen we in onze monitoring en analyses van de arbeidsreserve niet alleen de nadruk op de werkenden en werklozen, maar hebben we ook voldoende aandacht voor de niet-beroepsactieven.

De Vlaamse arbeidsmarkt is erg divers, ook op het vlak van arbeidsdeelname. Sterke profielen, zoals hoogopgeleide 25-54-jarigen, bereiken bijna volledige tewerkstelling en kennen vaak ook een sterke opleidingsparticipatie. Meer kwetsbare profielen zijn daarentegen oververtegenwoordigd in niet-beroepsactieve en werkloze posities, en in atypisch werk, en kennen een lagere opleidingsdeelname. Vanuit het Steunpunt Werk analyseren we van nabij de arbeidsmarktpositie en opleidingsdeelname van deze kwetsbare groepen.

De arbeidsmarkt is voortdurend in beweging. Personen veranderen van job, worden werkloos, gaan opnieuw aan de slag na ziekte of onderbreken hun professionele activiteit om een opleiding te volgen of voor een ziek familielid te zorgen. Het zijn maar enkele van de vele mogelijke bewegingen die plaatsvinden op de arbeidsmarkt. In onze monitoring van de arbeidsmarktmobiliteit brengen we de transities tussen alle arbeidsmarktposities (werkend, werkloos en niet-beroepsactief) in kaart. We hebben hierbij bijzondere aandacht voor de instroom in werk, de uitstroom uit werk en de werk-naar-werk transities.

Tot slot bieden we ook monitoring aan over de opleidingsdeelname van individuen. Hiermee geven we onder meer zicht op wie deelneemt aan opleiding en vorming, welke opleidingsongelijkheden er zijn qua participatie, welke motivatie er is om deel te nemen, welke redenen er zijn om niet deel te nemen, welke drempels mensen ervaren, enzoverder.