Ga verder naar de inhoud

Potentiële werkzaamheidsgraad

Om het arbeidspotentieel in kaart te brengen, wordt er traditioneel gekeken naar de actieve werklozen, maar zij belichten slechts een deel ervan. De niet-beroepsactieven staan verderaf van de arbeidsmarkt, maar sommigen hebben nog een band met de arbeidsmarkt en kunnen mits extra inspanningen de toenemende arbeidsvraag helpen invullen. Indien alle groepen van de potentiële arbeidsreserve ingeschakeld zouden worden als werkenden bovenop de werkende populatie van 2020, dan zou de werkzaamheidsgraad in het Vlaams Gewest 5,7 procentpunten hoger liggen (80,4%) en hebben we de werkzaamheidsdoelstelling van 80% behaald. Om dit doel te bereiken, moet er sterk ingezet worden op de activering van kwetsbare groepen in de samenleving. De lage arbeidsdeelname van kwetsbare groepen vormt immers een belangrijke barrière voor een hogere werkzaamheidsgraad.

Sterke werkzaamheidsgroei mogelijk bij inzetten potentiële arbeidsreserve

Naast actieve werklozen beschikt Vlaanderen ook over andere potentiële arbeidskrachten. Mits bijkomende faciliteiten of gerichte ondersteuning kunnen zij in de toekomst potentieel ingezet worden op de arbeidsmarkt. Het Steunpunt Werk gaat na hoe sterk de werkzaamheidsgraad zou worden opgehoogd als we erin slagen om de op het eerste gezicht ‘makkelijkste’ deelgroepen van arbeidsreserve aan de slag te krijgen, bovenop de werkende populatie. Meer specifiek bekijken we hoe de werkzaamheidsgraad verandert als we de actieve werklozen, de zoekende of beschikbare niet-beroepsactieven en inzetbare niet-beroepsactieven aan het werk zouden krijgen. Deze groepen staan ook gekend als de potentiële arbeidsreserve. We kunnen op deze manier de potentiële werkzaamheidsgraad in kaart brengen, een oefening die we met het Steunpunt Werk reeds een aantal keer uitvoerden op Vlaams niveau (Vansteenkiste, & Sourbron, 2020; Sourbron, & Vansteenkiste, 2018). We stellen vast dat de werkzaamheidsgraad van 74,7% anno 2020 zou kunnen stijgen naar 80,4%. Hiermee zouden we de vooropgestelde target van 80% werkzaamheidsgraad behalen en eensklaps bij de koplopers van het Europese peloton terechtkomen.

Het gaat hier om een theoretische oefening, waar enkel gekeken wordt naar de aanbodzijde en arbeidsvraageffecten niet in rekening worden gebracht. Om dit potentieel effectief te benutten, moet uiteraard ook de arbeidsvraag voldoende aantrekken. We constateren op dit vlak al een sterk aanzwengelende vacaturemarkt, en toenemende personeelstekorten in een aantal sectoren zoals onderwijs, IT en gezondheidszorg. Daarnaast zorgt de sterke uitstroom van 55-plussers voor een toenemende vraag naar arbeid de komende jaren. Een brede benadering van het arbeidspotentieel speelt zo een belangrijke rol in het helpen beantwoorden van deze toenemende arbeidsvraag en de krapte op de arbeidsmarkt.

De grootste potentiële winst bij de groepen die het verst van de arbeidsmarkt staan

Wanneer we kijken naar een aantal sociodemografische kenmerken merken we op dat er vooral bij de meest kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt veel progressiemarge is. Deze groepen hebben een lagere werkzaamheidgraad dan gemiddeld, maar doordat ze oververtegenwoordigd zijn in de potentiële arbeidsreserve, is er nog veel groei mogelijk. Kortgeschoolden bijvoorbeeld kenden in 2020 een werkzaamheidsgraad van 53,7%. Dit cijfer groeit aan tot 61,5% indien alle kortgeschoolden uit de potentiële arbeidsreserve aan de slag zouden gaan. Ook bij de jongeren, personen geboren buiten de EU en personen met een arbeidshandicap is nog heel wat groeimarge. Al deze groepen kunnen met een versterkte inzet van hun arbeidsreserve nog een groei in hun werkzaamheidsgraad realiseren. Bij de personen geboren buiten de EU-28 is de potentiële winst het meest uitgesproken, met een mogelijke groei van 14,2 procentpunten. De hooggeschoolden daarentegen vertonen niet veel progressiemarge meer. Deze groep wordt het effectiefst ingezet op de arbeidsmarkt.